Getal van Dunbar betekenis & definitie

Het getal van Dunbar staat voor de maximale groepsgrootte waarmee je een stabiele sociale relatie kunt opbouwen. Deze vermeende cognitieve grens ligt op 150 personen. Dit getal vond de Engelse antropoloog Robin Dunbar als gevolg van zijn onderzoek in de jaren '90.

Het eigenlijke getal van Dunbar ligt op 148 maar wordt vaak afgerond op 150. Dunbar deed zijn onderzoek bij apen, maar door middel van een bepaalde wiskundige formule, waar rekening gehouden werd met de grotere omvang van de hersenschors (de neocortexratio), werd dit vertaald naar de menselijke limiet.

Dunbar gaat uit van een stabiele sociale relatie. Dit wil zeggen dat personen elkaar kennen en ook moeite doen om deze relaties te onderhouden. Dit betekent dus dat mensen energie en tijd in elkaar steken. De vriendengroep of kennissenkring kan dus veel groter zijn (denk aan vriendenaantal op Facebook) maar in dat geval gaat het niet altijd om stabiele sociale relaties binnen de gehele groep.

Dunbar heeft tijdens zijn onderzoek veel geobserveerd. De groepsgrootte van 150 mensen bleek vaak alleen stand te houden als mensen elkaar echt nodig hadden en er een bepaalde mate van noodzaak bestaat, bijvoorbeeld om te overleven (oude stammen) of om samen te werken (militairen op een slagveld). Deze groepen zijn vaak ook fysiek erg dicht bij elkaar. In het huidige dagelijkse leven zullen mensen minder grote groepen vormen en slechts met een aantal mensen sociaal stabiele relaties kunnen onderhouden.

Kritiek bestaat er ook: insecten met een veel kleiner brein dan het onze, leven ook in grote groepen (bijvoorbeeld wespen en mieren), waarbij de hersenschors dus weinig zegt over sociale netwerken. Daarnaast komen andere wetenschappers, zoals Bernard en Killworth, met alternatieve aantallen waarbij ze verschillende groepen en mensen geobserveerd hebben en tot het getal 290 komen.

Gepubliceerd op 10-03-2017