Bottendaal betekenis & definitie

Bottendaal is een wijk in Nijmegen. Deze naam draagt de stadsbuurt officieel pas vanaf 1960. Daarvoor stond deze wijk bekend als de Zeeheldenbuurt. Bottendaal beslaat het taartpunt tussen de van Schaeck Mathonsingel, de St. Annastraat en de Spoorkuil. De wijk stond bekend als arbeiderswijk maar dit is stedenbouwkundig onwaar.

Op oude kaarten (1550) staan op de plek van de huidige wijk zeven molens getekend. Lang geleden was Bottendaal een licht glooiende vlakte die uitermate geschikt was voor het vangen van wind. Het was bovendien goed vertoeven en zeker bij verliefde stelletjes was het een populaire bestemming.

De naam Bottendaal verscheen in 1702 voor het eerst toen de vesting Nijmegen werd verbeterd met zogenaamde lunetten. Dit zijn kleine, buiten de vestingsmuren liggende verdedigingswerken. De lunetten lagen rond het huidige Centraal Station. Bottendaal is hoogstwaarschijnlijk een afgeleide van Het Dal van de Botten: bij twee van de lunetten (Houtcuylen & Houtberch) werden in kuilen lijken van misdadigers gedumpt. Dit verhaal is overigens nooit bevestigd.

Eind 19e eeuw werden de oude verdedigingswerken nagenoeg allemaal gesloopt en kwam er plaats voor de ontwikkeling van de ''19e eeuwse ring'', waar ook Bottendaal onder valt. Het was de bedoeling dat de rijkere bevolking zich in Bottendaal zou gaan vestigen. Er werd echter relatief willekeurig gebouwd, waardoor de wijk al snel vol stond met grote en kleine woningen, fabrieken, scholen, winkels en een kerk. Arbeiders woonden er niet, die kwamen met name van het platteland.

In WOII werd Bottendaal en omgeving weggevaagd. Snel begon de wederopbouw, o.a. met de eerste flats van Nijmegen. De wijk had daarna last van verloedering en uitbuiting. In 1979 werd het officieel een woonwijk en werd er ook begonnen met het opknappen van de wijk. Tegenwoordig is het een aantrekkelijke en gezellige wijk waar veel jonge gezinnen en studenten wonen.