Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

Gepubliceerd op 28-09-2020

voetsteen

betekenis & definitie

(de, -stenen),

1. stenen voetstuk, fundament (ook fig.). Hout aanslepend, zieken platen, voetstenen. Voor je had gedacht, had hij z'n fundament (Cairo 1980b: 116). Qo on bois! [E, ga door jongens] Schud me op me voetstenen! (Cairo 1976: 173).
2. monument (ook fig). Wel, alle leven is doodgaan! had baas Willy geroepen. Wat zou ze? Voetsteen worden? Monumenten? Praalzerkf? (Cairo 1978b: 326).
- Etym.: In AN veroud.

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.