zn.: kan bij de benaming van sommige gerechten betekenen ‘met of van kippevlees’: saté kip = saté van kippevlees; rijst-kip = rijst met kip.
-Zie ook: geit, koe, rund, varken.
-: hippe kip (de, -pen), leuk en/of goed gekleed meisje. Ik vergat om mijn school af te maken, met een motorfiets en een hippe kip was je toch een man? (Rappa 1980: 106). Etym.: ‘hip’ en ‘kip’ komen in AN beide voor in dezelfde bet. als hier in SN, echter niet in combinatie als een vaste uitdr.