Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

Gepubliceerd op 28-09-2020

hospitaal

betekenis & definitie

(het, -talen),

1. (verouderend) ziekenhuis. Een hospitaal op een plantage (J&L 1923: 21). Het kind was gelukkig niet dood, maar moest jammerlijk verwond in het hospitaal worden opgenomen (J&L 1923: 47).
2. (vaak met een hoofdletter) het voormalige Militair Hospitaal, later 's Lands Hospitaal. Weken gingen voorbij en regelmatig bezocht ze Ferdinand eerst in het Hospitaal en later thuis (I. van der Werft, jan. 1965:13).
- Etym.: Veroud. AN h. = ziekenhuis voor minvermogenden; nu AN h. = militair ziekenhuis, 's Lands Hospitaal is voortgekomen uit en heette tot 1934: Militair Hospitaal. E hospital = ziekenhuis. Oudste vindpl. van 1, als afkorting van Militair H., Van Schaick 1866: 80; van 2 Beijer 1823. Bet. 1 ook in BN en in het voormalige NOI.

< >