Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

Gepubliceerd op 28-09-2020

drinken

betekenis & definitie

(dronk, heeft gedronken), (ook:)

1. eten met een lepel van vloeibaar voedsel (soep, pap). Ik weet zelfs dat jullie eerst naar Blauwgrond zijn gegaan om saoto [een Jav. soep] te drinken (Rappa1980:105).
2. innemen, slikken van medicijnen e.d., ook vaste. Ik kan geen kinderen meer krijgen, die mensen zeggen dat ik tabletten drink (mond.).
3. (gezegd door Hindostanen) roken.
- Etym.: (2) Het kan dat men in het geval van tabletten e.d. d. gebruikt omdat deze veelal met een vloeistof naar binnen worden gewerkt.
- Zie i.v.m. 3 ook: slik, slok.

< >