(de, -s), (uitspr. als laatste), grote fles (zo groot als of groter dan een stoop), eventueel met vlechtwerk eromheen, mandfles. Misschien kan ik beter een hele damjean dram meenemen in de Ark (Helman 1954a: 26).
Etym.: Van F damejeanne (lett. mevrouw Jeanne) = mandfles. In AN veroud. Volgens Woordenl. SNE is damsjan ook S.