Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

Gepubliceerd op 28-09-2020

banabeki

betekenis & definitie

(de, -’s), naam voor twee soorten oropendola, beide zwart, de ene met een gele rug (geelrugoropendola, Cacicus cela), de andere met een rode rug (Cacicus haemorrhous). Banabekieszijn bosvogels en het broeden in zo’n open, vrijstaande boom is een riskante zaak (Feekes 23).

Etym.: S (bana = banaan; beki = o.m. snavel; de snavel is geel als een banaan). Oudste vindpl. Spalberg 1899; 1979: 6. Opm.: Teenstra (1835 11: 427) gebruikt de naam, naast banannenvogel, ook voor de verwante ponpon en voor een soort die S banafowroe (Icterus nigrogularis) heet.

< >