Gepubliceerd op 30-07-2020

Met spek schieten

betekenis & definitie

opsnijden, overdreven verhalen doen; Fri. mei spek sjitte, waarvoor men in Groningen ook zegt een spekkoegel op ’t geweer hebben; in het Haspengouws er onder schieten. Sinds de 17de eeuw bekend; zie Winschooten, bl. 229: „met spek schieten, te wëeten, om brand te veroorsaaken in des vijands schip: oneigendlijk iemand scherp aantasten: en sijn saaligheid lustig zeggen: hij schoot geweldig met spek: hij gaf hem genoeg te ruiken”. Dat inderdaad met spek geschoten werd, blijkt op verschillende plaatsen uit vroegere schrijvers, die vermelden dat dit een verschrikkelijke uitwerking had. Vandaar een spekschieter, een druktemaker, iemand die de baas speelt. De ontwikkeling der betekenissen kan dan zijn: geweldig aantasten, een uitbrander geven, met grof geschut schieten, grote woorden gebruiken, opsnijden, bluffen, liegen. Ook in het Nd. bekend (Wander 4,677).