Spreekwoorden en gezegden

F. Stoett (1977)

Gepubliceerd op 14-10-2020

Iemand de wacht aanzeggen

betekenis & definitie

eig. hem mededelen dat het zijn beurt is de wacht te betrekken; in fig. zin: hem iets op het hart drukken, hem ernstig (voor de laatste maal) waarschuwen, hem onder bedreigingen aan zijn plicht herinneren. Sinds de 19de e. bekend.

Fri. immen de wacht oansizze, flink op zijn plaats zetten; zeggen waar hij zich aan te houden heeft; evenzo in het Gronings (Molema 463), Gelders (Gailée 51; Schothorst 224); Noordbrab. (Hoeufft 670). Ook in Duits dial. einem die Wach’ ansagen, „einen ausschelten, mit Straf bedrohen” (Wander 4, 1717).

< >