Een gebaar van smart of wanhoop maken. De handeling hierbij doet enigszins denken aan het uitwringen van natte goederen. Vgl. Schermer (163): ‘My dunk, ik zie hem nog bedroeft zyn handen wringen’
Grote lust hebben om iemand of iets aan te pakken; in het bijzonder om iemand een pak slaag te geven. Vroeger sprak men ook van: de spieren jeuken me. Het beeld is overigens min of meer retorisch