Volleybal betekenis & definitie

De echte liefhebber zal het misschien niet leuk vinden om te horen, maar volleybal is van oorsprong niet meer dan bezigheidstherapie voor mannen van middelbare leeftijd. Sterker nog, volleybal is speciaal ontworpen voor mensen die basketbal een te inspannende activiteit vonden. Hoe zit dat precies?

Voor het antwoord op die vraag moeten we terug naar het einde van de 19de eeuw. William Morgan, docent lichamelijke opvoeding in de Amerikaanse plaats Holyoke, zat in 1895 met een probleem. Basketbal, vier jaar eerder ontstaan in het nabijgelegen Springfield, was niet voor iedereen een plezierig tijdverdrijf. Vooral niet voor de mannen van middelbare leeftijd aan wie Morgan hoofdzakelijk les gaf. Zij vonden basketbal, met al dat heen en weer geren, veel te zwaar. Morgan besloot daarom voor hen, en voor de wat minder jeugdigen in het algemeen, een spel te ontwikkelen dat niet al te vermoeiend was.

Volleybal in zijn vroegste vorm was een mengelmoes van verschillende sporten. Het principe dat de bal in de lucht moest worden gehouden, leende Morgan van het badminton. Een wedstrijd bestond – naar analogie van het honkbal – uit negen innings, met drie services per team per inning. En er werd gespeeld met een basketbal, al kwam daar gauw een lichter exemplaar voor in de plaats. Verder was er geen limiet voor het aantal spelers per team en mochten teamgenoten elkaar de bal eindeloos toespelen alvorens deze over het net te slaan. Morgan noemde zijn creatie aanvankelijk mintonette, omdat badminton zijn belangrijkste inspiratiebron was geweest. De naam van de sport werd een jaar later veranderd in volleybal.

Het feit dat de bal bij deze sport steeds uit de lucht wordt geslagen, was hier natuurlijk de reden voor. Een volley is immers een slag of schot uitgevoerd voor dat de bal de grond raakt. De term – die in het tennis al sinds het einde van de 16de eeuw wordt gebruikt – is afgeleid van het Latijnse volare: vliegen.