Hatrtick betekenis & definitie

De meeste sportliefhebbers zullen de term hattrick uitsluitend associëren met voetbal. Er is hooguit nog wel eens wat onenigheid over de exacte definitie van het woord. Volgens de één gaat het om een speler die drie doelpunten binnen één wedstrijd maakt; een ander roept dat het drie doelpunten op rij moeten zijn. Als er ook nog een purist in het gezelschap is, zal die er terecht op wijzen dat van een klassieke hattrick alleen sprake is bij drie opeenvolgende doelpunten – dat wil zeggen zonder dat de reeks door een ploeggenoot of tegenstander wordt onderbroken – door één speler, binnen één helft.

Hoe het ook zij, het woord hattrick had oorspronkelijk helemaal niets met voetbal te maken. Wel met een andere sport: cricket. De term werd in de tweede helft van de 19de eeuw in Engeland gebruikt wanneer een bowler drie wickets met drie opeenvolgende ballen nam. Dit was een uitzonderlijke prestatie die destijds door de club van de speler werd beloond met een mooie nieuwe hoed. Met andere woorden, het kunstje (trick) dat de bowler flikte, leverde hem een hoed (hat) op: hattrick.

De eerste officiële hattrick die in de cricketannalen is opgenomen, staat op naam van ene J. Wells, in de wedstrijd tussen Kent en Sussex, gespeeld in Brighton in 1862. De prestatie van deze meneer Wells was helemaal bijzonder, want met zijn vierde bal nam hij nog een wicket. Voor vier opeenvolgende wickets hebben de Engelsen echter nooit een woord bedacht.

Hoe dan ook, rond 1910 was de term overgewaaid naar andere sporten, waar hij van toepassing was op vergelijkbare prestaties: drie successievelijke punten of doelpunten. Van een beloning voor dit feit, anders dan roem en bewondering, is geen sprake meer.

Hattrick wordt in het Nederlands alleen in een sportcontext gebruikt. In het Engels heeft het woord inmiddels ook de overstap gemaakt naar andere gebieden. De advocaat die drie zaken op rij wint en de filmregisseur met drie opeenvolgende kaskrakers kunnen eveneens zeggen dat zij een hattrick hebben gescoord.