Amateur betekenis & definitie

Het gaat wellicht wat ver om te stellen dat amateur in onze taal een regelrecht scheldwoord is, maar toch: erg positief klinkt het niet. Strikt neutraal betekent amateur natuurlijk gewoon iemand die een sport, kunst of ambacht niet beroepsmatig uitoefent. In de volksmond heeft het woord echter meestal een negatieve ondertoon. Een amateur, dat is een prutser, een knoeier, iemand die er niets van kan. Dit pejoratieve gebruik van het woord komt vooral in een sportieve context voor.

Dat taal zich ontwikkelt, blijkt wel uit de oorspronkelijke betekenis van amateur. Het woord komt uit het Frans, dat het op zijn beurt heeft ontleend aan het Latijnse amator (liefhebber, minnaar, vrouwengek). De bron van dit alles is het werkwoord amare: houden van. Een amateur is dus eigenlijk gewoon een liefhebber, iemand die houdt van wat hij doet.

Met die kennis in het achterhoofd krijgt de huidige figuurlijke betekenis van het woord een enigszins stompzinnig gehalte. Wat kan een amateur immers doen aan zijn vermeende prutserigheid als hij niet meer is dan een simpele liefhebber?