zacht ei, zachtgekookt ei betekenis & definitie

week, al te welwillend persoon; doetje.

De nieuwe lijkt mij een zacht ei, luit. (Bouke B. Jagt, De muskietenoorlog en andere verhalen, 1978)

Gedraag je als de capabele vrouw die je bent, in plaats van als een serviele onderkruipster of een zacht ei. (Renate Rubinstein, Korte Metten, 1988)