wibo betekenis & definitie

(jeugdtaal) domoor; sufferd. Misschien een verwijzing naar AVRO-directeur Wibo van der Linde die in 1985 zijn belastingaanslag met enkele duizenden guldens omlaag had gepraat. Dit leidde tot de zgn. Wibo-affaire. Maar het scheldwoord dook al een jaar eerder op in een woordenboekje (zie Laps). Vgl. wuppo.

Laatst bijgewerkt 16-05-2017