uitnemer betekenis & definitie

oplichter, woekeraar, profiteur, klaploper, parasiet. Soms ook gebruikt voor ‘souteneur’.

Stelletje uitnemers! Lane ze een keer gewoon gaan werreke in plaats van heel de dag zitte te ouwehoere waaro ze nou weer es motte gaan knage... (J.A. Deelder, Drukke dagen, 1988)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017