Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

Gepubliceerd op 02-01-2020

tiet

betekenis & definitie

slappeling, lafaard. Wellicht van Amsterdamse origine.

Nog zou hij even dien tiet van een Thijs een oppor geven. (Israël Querido, De Jordaan, 1912)

Waarom zou zo’n machtige internationale organisatie een tiet als Van Tuttel naar het leven staan. (Bert Hiddema, Twee vliegen in één klap, 1975)