tante bloemkool betekenis & definitie

(verouderd) vrouw die zonderling gekleed gaat, zich niet opschikt volgens de heersende mode. In de negentiende en begin twintigste eeuw gebruikt. Vgl. het Duitse schimpwoord Lord Blumenkohl. Kijk ook onder bloemkool.

Dat is tante Bloemkool, een nichtje van grootje uit den pottekelder. Men verstaat door tante Bloemkool eene vrouw, die zich wonderlijk, onnatuurlijk zonder smaak, geheel buiten de mode opschikt, en zulks, omdat kool de beteekenis van verwarring heeft. (Harrebomée, Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal of verzameling van Nederlandsche spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen van vroegeren en lateren tijd door P.J. Harrebomée, 1858)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017