sliegeraar betekenis & definitie

(Bargoens) verklikker; verrader. Ontstaan begin van de twintigste eeuw. Afgeleid van Rotwelsch schliechenen (bekennen, verraden).

Karel Burk ging om met sliegeraars en insluipers, dieven en misdadigers van allerlei slag... (Israƫl Querido, De Jordaan, 1912)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017