satansgebroed betekenis & definitie

volgelingen van Satan; duivelsgespuis; de tegenstanders van de christenhonden. De naam Satan (letterlijk: tegenstander) komen we meermaals tegen in het Oude Testament. In het Nieuwe Testament wordt de term satan vaak vervangen door duivel. Aan het eind van de twintigste eeuw worden hooggeplaatste personen met een slechte reputatie wel eens met de naam Satan aangeduid, denken we bijvoorbeeld aan de voormalige dictator Saddam Hoessein. Slecht, onbeschoft volk duiden we al tijden aan met de termen: addergebroed falderappes, gajes, gebroed, gespuis, geteisem, Jan Rap en zijn maat, rapaille, schorem, schorremorrie, slangengebroed, tuig van de richel, uitvaagsel.

Het geduld van den aanspreker was thans ten einde: ‘Laban vee‘, schreeuwde hij, ‘tuig van den richel, satans-gebroed... (De Groene Amsterdammer, 16/09/1883)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017