saletjonker betekenis & definitie

overdreven modieus persoon; fat; modegek; pronker. Eigenlijk: iemand die op saletten (een verouderd woord voor ‘gezellige bijeenkomsten’) loopt te pronken. De Italiaanse stervoetballer Gianni Rivera werd in de sportpers wel eens de saletjonker genoemd.

Ben ik geen Baron, ik ben toch van een deftige familie, zoo het heet, of liever, ik ben de eerste deftige persoon uit een ras van overal wel geaccueilleerde saletjonkers. (J. Van Lennep, De Lotgevallen van Klaasje Zevenster, 1866) De saletjonker van het Vatikaan. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 09/04/1921)

Ze had natuurlijk genoeg van die saletjonkers en pluimstrijkende grijns-apen met verwijfde krullen over de oren en geen merg in hun knoken... (A.M. de Jong, Het geslacht Verhagen, 1956)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017