Rapalje, rapaille betekenis & definitie

slecht volk, gepeupel, gespuis. Van het Oudfranse woord raspaille (uitvaagsel). Sedert ca. 1437. Vgl. canaille en journaille. ’t Milieu is voor dien jongen bovendien héél ongunstig geweest, daar op dat armzalige hofje in die buurt met al dat rapaille; met zoo’n zenuwachtige, kijvende moeder... (M.J. Brusse, Boefje, 1903)

Amper ligt de boot stil, of je hebt de handen vol met je te verweren tegen het havenrapalje. (Marcellus Emants, Mensen, 1920)

Dat rapaille van artisten maakt zelfs een nette zaak als deze onveilig. (Maurits Dekker, Amsterdam, 1931)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017