Scheldwoordenboek

Marc de Coster (2007)

Gepubliceerd op 02-01-2020

Pil

betekenis & definitie

(oorspr. soldatentaal) officier van gezondheid; dokter. Een burgerarts is een burgerpil.

Pil is hier geen afkorting van pillendraaier maar komt van het Latijnse woord pillens (dokter).De dokter riep dat achter z’n scherm vandaan, met de naam van de man erbij. En ik kon toch zeker invullen wat ik wou? Of denk je soms, dat zo’n pil van al die kerels de namen onthouen kan, of-t-ie ze goed- of afgekeurd heeft? (A.M. de Jong, Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)

Toen kwam die ouwe pil ook nog een duit in het zakkie doen. (Jan Wolkers, De kus, 1977)