Palurk betekenis & definitie

kleinburgerlijk en ongemanierd persoon. Oorspronkelijk studententaal. Rond 1950 werd dit woord voor het eerst opgenomen in de woordenboeken, maar het bestond al veel vroeger. Een latere afleiding is prolurk, zelf al een samenstelling van proleet en schurk. Zie ook plurk.

En Briani, met een vagen glimlach, meenende, dat alle diplomatie aan dezen palurk toch verkwist zou zijn, draaide zich op zijn hakken om en wandelde, altijd de handen op den rug, verder. (Louis Couperus, Hooge troeven, 1896)

De palurk liet me excellentie zeggen, waar ik hem vroeger tutoyeerde. (Het Vaderland, 18/02/1923)

Nu is de hooggeachte een hond en een palurk geworden, omdat hij een heilig huisje dorst aantasten. (Het Vaderland, 05/03/1931)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017