Palul betekenis & definitie

(in Vlaanderen) iemand die niet deugt, nietsnut, sufferd, waardeloze vent; soms ook voor een dronkaard. Een zatte palul zei men in de negentiende eeuw. ‘Ginder komen de palullen aan’ lezen we bij Cornelissen en Vervliet. Palul betekent eigenlijk ‘vod, lap’ en vandaar ook voor ‘iets zonder waarde’ of ‘iemand die niet deugt’. Het woord werd vooral gebruikt m.b.t. oude kleren, vodden. De voddenman noemde men Jan Palul.

Aan een van die figuren overkwam op zekeren nacht een avontuurken waarmede achteraf veel pret gemaakt werd. Het viel voor aan een zat pallulleken Jan Makkak, een verslaafd kroegjeslooper. (Gerard Van Looy, Pierewitje. Herinneringen van een jongen uit het Schipperskwartier, 1945)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017