Nazi, nazivarken betekenis & definitie

oorspronkelijk: lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei. Gaandeweg kreeg nazi als bijbetekenis ‘fascist’. Tegenwoordig is het woord zijn historische betekenis meer en meer kwijtgeraakt en wordt het vaak gebruikt in de zin van ‘rechtse klootzak’ of gewoon rotzak. Vgl. in dezelfde zin SS’er.

Meneer mag dan een vuile smeris zijn maar nu is hij onze gast. Op straat mag je hem uitschelden. ‘SS-er’ roepen we dan, en ‘Nazi’, en dan maar vlug weghollen. (Janwillem van de Wetering, Het lijk in de Haarlemmerhouttuinen, 1979)

‘Sukkel’ moet een politieman slikken. Maar scheldwoorden als kankersiet, nazi, SS’er, fascist en NSB’er kunnen een bon opleveren. Het Amsterdamse korps is in Nederland koploper in het verbaliseren voor het beledigen van agenten. (Het Parool, 14/05/1999)

Voor het gerechtsgebouw scheldt hij, vaak getooid met een Palestijnse vlag, medewerkers uit voor onder meer ‘vieze, vuile nazivarkens’ en ‘vieze kankerblanken’. (NRC Handelsblad, 20/08/2004)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017