Mamzer, mamser betekenis & definitie

(in joods Amsterdamse kringen) uitgeslapen vent. Voluit: mamzer bennenidde (bastaard en zoon van een menstruerende). Een mamzer-tome is een onreine bastaard {toma\ onrein) terwijl met een mamzert pleigisj een bastaard en een zoon van een peleges (bijwijf) bedoeld wordt. Zie verder nog Voorzanger & Polak en H. Beem (1967).

Een mamzerhoofd is Bargoens voor een treiteraar (vermeld door Van Bolhuis).

‘Wat e geschte’, zei Snoek, strak naar de deur kijkend: ‘ögh, wat è gesjogte boel.’ - ‘Die jongste is e mamser benenidde’. (H. Heyermans Jr, Begrafenis. In: De Gids, 1897)

... dat mamser van een slager. (Sani van Bussum, Een bewogen vrijdag, 1927)

Wat een ‘mamzer bennenidde’! Dat is een mamzeer-bennida, een bastaard en zoon van een menstruerende vrouw. (Siegfried E.van Praag, Mokum aan de Amstel, 1976)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017