Macho betekenis & definitie

(Spaans) man die zich overdreven stoer gedraagt; hanig type; vrouwenversierder of stoere homo. In de Latijns-Amerikaanse landen waarderend gebruikt (voor een man die veel waarde hecht aan zijn mannelijke eigenschappen en die dan ook graag toont), maar in onze contreien, met name onder post-feministen, vooral een scheldwoord geworden voor iemand die zich vanwege zijn sekse superieur gedraagt. Machismo noemt men het gedrag van een macho.

Want wordt de nieuwe kieswet in de a.s. volksvertegenwoordiging behandeld, dan hoeft slechts het woordje ‘macho’ (mannelijk) erin gevoegd te worden om alle feministische juichkreten in dof geweeklaag te doen veranderen. (De Groene Amsterdammer, 04/06/1911)

Macho. Op de Nederlandse Antillen en in Zuid-Amerika is de aanduiding ‘macho’ een eretitel voor een bink die het ‘gemaakt’ heeft. Een Firebird onder z’n kont en een gedienstige mooie meid aan elke (goudgeringde) vinger. Komt zo’n jongen hier, blijkt macho een scheldwoord van de feministen. Verwarring. Vooral omdat nu, in het voortdurende proces van betekenisverandering van woorden waarmee allerlei subculturen hun ‘geheimtaal’ willen beschermen, macho weer een compliment begint te worden. (Hans Ferrée, Het trendletter ABC, 1983)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017