Lap betekenis & definitie

dronkaard; slappe vent. Eigenlijk: vod en vandaar: waardeloze kerel. In de Vlaamse uitdrukking op de lappen gaan (de kroegen afschuimen; aan de zwier gaan) heeft lap echter de betekenis van ‘schoenzool’. Zie ook zatlap en zuiplap.

De gewoonte wordt behoefte: hij is verloren, hij is een dronkaard, een lap geworden, hoe spoedig een smeerlap! (Johannes Kneppelhout, Studentenleven, 1841-1844)

De man heeft zoo zijn vaste denkbeelden. Ik weet niet, wat hij al niet in dien drank ziet. Dronken? Nu ja, ik hoop nooit een lap te worden; neen nooit! Zoo als bij voorbeeld die baanveger daar. Zijne arme vrouw lijdt honger, en zij krijgt een’ dronken man met een leêge beurs t’ huis. (C.E. van Koetsveld, Verspreide kinderverhalen, 1885)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017