Lamzak betekenis & definitie

futloos persoon; lammeling. Opgetekend o.a. bij Opprel en bij Karsten. Vgl. rotzak.

Mal mens! Toe! Tantetje-lief! Lamzak! Draak! Stuk chagrijn! (Herman Heijermans, Op hoop van zegen, 1900)

Een lamzak ben ik, schold hij zichzelf, een prutser. (Jan Mens, De kleine waarheid, 1967)

Laatst bijgewerkt 06-06-2017