Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster, 2007

Gepubliceerd op 16-05-2017

2017-05-16

kontkrummel(tje)

betekenis & definitie

klein onbeduidend persoon.

Soms op m’n huid gezeten door kontkrummels van kinderen, kwartjespooiers, hennaha- sjiesverkopers, gidsen. (Arie B. Hiddema, Kif kif, 1973)

Nou, het is een mooie Jezus, dat moet ik zeggen, dat kleine kontkrummeltje. (Martin Boelens, De dochter van de hondekop, 1977)

Ik ben heus geen kontkrummel, hoor. (Ben Borgart, Fontana, 1988)