kaaskop (1) betekenis & definitie

Nederlander in het buitenland (Vlaanderen, maar ook Zuid-Afrika). Bij Hooft vinden we reeds: botte hoycaes. Zo genoemd vanwege het ronde hoofd (gelijkenis met de Edammer kaas) en omdat de Nederlander sinds mensenheugenis de grootste exporteur van kaas ter wereld is. Of hoe etenswaar beeldbepalend wordt! De term kwam de laatste jaren wat oubollig over maar wordt tegenwoordig vooral door Turken en Marokkanen nieuw leven ingeblazen. Nederlandse meisjes of jongens worden vaak denigrerend of schertsend aangesproken als kaas. Hetzelfde geldt voor het oer-Hollandse (of moeten we zeggen oer-Friese) oelewapper, dat nu ook populair blijkt te zijn onder allochtonen. In Zuid-Afrika gebruikt men naast kaaskop ook de variant cheesekop.

Die hollanders, leerlingen van de hoogere- burgerschool, en die limburgers, leerlingen van het klein-seminarie, waren het heele jaar door vriendelijk tegen mekaar as ze toevallig iets met mekaar te doen hadden, alleen met de sneeuw moest er altijd gebakkelaaid worden, dan klonk het scheldwoord van ‘boer’, dat de hollandsche jongens tegen de limburgers zegden, en het ‘kaaskop’ van de limburgers tegen de hollanders hoog-op in de geheugens en iets als een oude nationaliteitshaat leefde op, die botgevierd moest worden. (Lodewijk van Deyssel, De kleine republiek, 1889)

Het lamme alleen was, dat die vervloekte kaaskoppen oneindig veel straffer konden zuipen dan de Amerikanen, zodat zij altijd het gevecht wonnen. (Piet Bakker, De slag in de Javazee, 1951)

Godverdomde Hollandse Kaaskop, rot gauw op. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017