janhen betekenis & definitie

verwijfde man, een sul die zich met vrouwelijke huisarbeid bezighoudt; een man die onder de plak van zijn vrouw zit; melkmuil. De uitdrukking dateert uit de zeventiende eeuw. Het WNT citeert o.a. S. Costers Isa- bella en Duytsche Academi, waarin Jan Hen een der personen zou zijn. Ook bij de dames Wolff en Deken (Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut, 1793-1796) wordt dit scheldwoord aangetroffen. Wellicht hebben we hier te maken met een verbastering van het Middelnederlandse woord hanne, hannes (sukkel; man van niks). Later zal dit dan begrepen zijn als 'vrouwelijke kip’.

Wat moet u met zo’n hulp! Zo’n Jan Hen... Zo’n... zo’n Renee Defilee. (Heere Heeresma, Han De Wit gaat in ontwikkelingshulp, 1972)

Wat ben jij een Jan Hen, bij een bezem hoort een boezem! (Jos Brink, Stukje voor stukje, 1985)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017