Jan Kritiek betekenis & definitie

criticaster; muggenzifter.

‘Jan Claassen!’ herneemt de andere zoon Jan’s, tot wien onze vriend uit de poppenkast zijne ietwat paradoxale klagt rigtte, ‘als hadden komt, is hebben te laat; maar één ding beloof ik je, wanneer Jan Salie zich van zijn hofje waagt, dan zal ik het al wie hem opnemen loof maken, ik ben niet voor niemendal Jan Kritiek.’ (E.J. Potgieter, Proza 1837-1845)

Ook de heer Potgieter is een regtzinnig patriot; doch zijne orthodoxie is minder steil, minder onbereikbaar, dan die van den heer Vissering. Jan Salie zal er wel komen, zegt hij; doch tevens besteedt hij hem uit bij Jan Kritiek. (Cd. Busken Huet, Litterarische Fantasien en Kritieken, 1868-1885)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017