inboorling betekenis & definitie

primitief, onbeschaafd persoon. Betekent eigenlijk ‘oorspronkelijke bewoner’. Vgl. hottentot.

Ik ben liever een inboorling uit de Schilderswijk dan een aangeklede tuinaap achter een bar. (Hans Koekoek, Liefzijn toegestaan, 1982)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017