imbeciel betekenis & definitie

idioot; stommeling; zwakzinnige. Vroeger een wetenschappelijke aanduiding voor een bepaalde mate van zwakbegaafdheid, nu een scheldwoord. Wij ontleenden het via het Frans (imbécile) aan het Latijnse imbecillus (zwak), gevormd uit het ontkennende in en bacalus (stok). De eigenlijke betekenis is dus ‘iemand die geen steun kan vinden om overeind te blijven’. Zie ook imp.

Ik weet toch niet dat ik als een imbécile bekend sta. (De Groene Amsterdammer, 21/11/1886)

Het was Alec weer eens duidelijk, dat de professor hem een levensgrote imbeciel vond. (Max Dendermonde, De wereld gaat aan vlijt ten onder, 1954)

Laatst bijgewerkt 16-05-2017