hoernalist betekenis & definitie

slecht journalist. Dit scheldwoord werd bedacht door W.F.

Hermans in zijn boek ‘Mandarijnen op zwavelzuur’ (1967), o.m. in het hoofdstuk ‘De studeerkameremigranten’. Maar misschien wel populair gemaakt door Joop Visser (in de jaren zestig bekend onder de naam Jaap Fischer).

Die schreef ooit het liedje ‘De journalisten’ (terug te vinden op de elpee ‘Liedjes 3’ uit 1983 en later: ‘Opnieuw opgenomen’ uit 1992). Daaruit volgende regels: ‘De jou-hoe-hoer-nalisten/ ’t Is net als een geloof/ Ze horen wat ze willen/ En verder zijn ze doof/ De jou-hoehoer-nalisten/Je weet niet wat je leest/ Wanneer je zelf toevallig/Ter plekke bent geweest.’ Hiervan afgeleid: hoernalistiek.

Fransen gebruiken de termen journaleux en pisse-copie voor een slecht journalist. ‘Hoernalist’ maakte W.F. Hermans ervan.Als telg uit een krantengeslacht vind ik dat allemaal maar matig. (Lennaert Nijgh, Stad van hout, 1989)

De nieuwe camera werd door de hoernalisten geweigerd. (Youp van ’t Hek, Amah Hoela, 1994)

Als hoofdpersoon voert Hendrickx een ‘hoernalist’ op, de zielepoot Richard Godemont die geobsedeerd is door het afgrondelijke pessimisme van Malbrain en door de virtuoze manier waarop hij het ventileert. (HP/DeTijd, 03/10/1997)