hapsnurker betekenis & definitie

rare of vervelende vent; vreemde snuiter; klier. Ook als aanspreekvorm ouwe hapsnurker. Mogelijk een uitbreiding van snurker. Al kan het ook een variant zijn van hapschaar of hapscheerder. Voor het eerst gesignaleerd door Laps. Volgens Heestermans (1999) zou het in Bergen op Zoom gebruikt worden voor een ‘vervelende klier’. Andere informanten beweren dit scheldwoord reeds in de jaren vijftig te Amsterdam hebben gehoord.

Ik ben het helemaal met je eens, ik hoop dat die overjarige puber zonder eigen indentiteit snel de bus verlaat. Wat haat ik die hapsnurker!!! (website: forum.fok.nl, ongedateerd) Nico van Duijn is soms een rare hapsnurker, althans dat vind ik. (website www.almere-city.nl, ongedateerd)

Averrgrrieks. Je kunt iemand op een heleboel manieren duidelijk maken datje hem maar een rare snuiter vindt. Je kunt hem vanuit de grond van je hart midden in zijn gezicht uitlachen, maar je kunt hem ook een paar fikse scheldwoorden toevoegen: geitenbreier, mafkikker, rare snoeshaan, eigenheimer, druif, krotenkoker, hapsnurker, mafketel, marskonijn, bokkenees, lijperik, badgast en snijboon. Die klinken allemaal nog vrij onschuldig. Maar grover kan ook. Ik noem er twee, maar die kunnen er dan ook mee door: bosneuker en kutkrekel. Ja, we zijn in Nederland zeer inventief in het maken van scheldwoorden. (Hans Heestermans in Leidsch Dagblad, 26/09/2003)