halve gare betekenis & definitie

iemand die niet goed wijs is; dwaas; idioot.

’n Halve gare was ze natuurlik niet, en evenmin ’n geëxalteerde huis-tuin-of- keuken-bakvis in ’t kwadraat. (De Groene Amsterdammer, 12/07/1924)

‘Halve gare,’ zei hij. (Cissy van Marxveldt, Een zomerzotheid, 1927)