gatepetiel betekenis & definitie

pokdalige. Eigenlijk: bepaald keukengereedschap: platte aarden schotel met gaten. Het scheldwoord werd gesignaleerd door J. Schuitemaker in het weekblad ‘Buiten’ (oktober 1920). Alhoewel vnl. gebruikt in de verbinding hij is zo dicht als een gatepetiel (hij kan z’n mond niet houden, flapt er alles uit), wordt dit woord volgens Berns (1993) eveneens gebruikt als invectief. Bij dit laatste moet dan gedacht worden aan iemand die ‘vol gaten zit’.

Deze verrader was zijn liefste generaal, Karel van Biron, welke ondertusschen wel 32 lidteekens op zijn ligchaam kon toonen, die hij allen in ’s Konings dienst verkregen had. Maar eindelijk begon de man het in zijn hoofd te krijgen, dat zoo eene soort van een gatepetiel heel mooi op den troon zou prijken, en begreep om zelf koning van Frankrijk te worden. (A. Fokke Simonsz., Boertige Reis door Europa. 3de dr, 1826-1827)

Zo’n mormel, zo’n gatepetiel... (Justus van Maurik, Toen ik nog jong was, 1901)