gasser, gazzer, gazzeroor, gazzerte (2) betekenis & definitie

(Bargoens) weinig intelligent persoon; domoor.

Gasseroor, (barg.) domoor in ’t werk, lett. varkenshaar. (Taco De Beer & Dr. E. Laurillard, Woordenschat, 1899)

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946