gaga betekenis & definitie

kinds iemand; persoon die niet goed snik is; erg dom iemand met wie men alles kan doen. Wij hebben het woord in de negentiende eeuw ontleend aan het Frans. Het gaat om een klanknabootsende vorming. Als zelfstandig naamwoord en scheldwoord nog weinig frequent.

Met zo’n jongen hoefde ze niet bang te zijn voor een oude ‘gaga’ als Méran. (Siegfried E. van Praag, La Judith, 1930)

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946