feut, foet, foetus betekenis & definitie

(studententaal) groentje of noviet. Eigenlijk: ongeboren vrucht.

Waarop terstond een ander foetus opstaat, dat, denkende iets buitengemeen aardigs te zullen uitboezemen, op den toon, als of hij den vorigen toast kwalijk nam, uitsnatert: ‘En ik, meneeren! ik drink op al de mooije meisjes!’ (Johannes Kneppelhout, Studentenleven, 1841-1844)

Wij staan hier op een hoopie,/wij klooien bij elkaar,/wij houden van geen zoopie,/ wij, lamme foetenschaar. (F.R. Coers Frzn., Studenten-Liederboek van Groot-Nederland, 1916)

Om de twee uur kwamen de ‘patroons’ hun foeten halen. De groen zou gedurende de hele groentijd zijn patroon dagelijks ontmoeten en om raad kunnen vragen. (Boudewijn van Houten, De ontgroening, 1971)

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946