fascist betekenis & definitie

(in linkse kringen) iemand met fascistische denkbeelden; een onverdraagzaam, rechts- radicaal en autoritair persoon; een rechtse klootzak; een varken. Voor communisten was het de favoriete scheldnaam om een kapitalist mee aan te duiden. Sedert de jaren zestig ook een schimpnaam voor een politieagent, vooral dan tijdens betogingen. Het woord fascist heeft net als NSB’er sedert de Tweede Wereldoorlog een erg beladen betekenis gekregen. Een fascist is eigenlijk een aanhanger van het fascisme, volgens Van Dale een ‘politiek systeem berustend op ultranationalistische, corporatistische, autoritaire en onverdraagzame (m.n. anti-communistische) beginselen’. Het woord is gevormd van het Latijnse fasces (bundel roeden met pijl, in de Romeinse tijd een attribuut van leiders). In Italië regeerde de fascistische partij van Benito Mussolini van 1922 tot 1943. Fascist werd gaandeweg gebruikt voor een nationaalsocialist en later, bij uitbreiding, voor iedereen die enigzins rechts en anti-democraat is. Hugo Brandt Corstius, alias Piet Grijs, bestempelde criminoloog Wouter Buikhuisen in de jaren tachtig als een ‘fascist’ omdat deze het verband tussen een criminele aanleg en biologische factoren wilde onderzoeken. De Duitse schrijver Martin Walser bestempelde rechts-radicale skinheads in 1993 als ‘Kostümfaschisten’. Sedert het begin van de eenentwintigste eeuw (en vooral na de aanslagen van 9/11) wordt de benaming fascist ook toegepast op de gewelddadige beoefenaars van de islam of de terroristen. Kennelijk probeert men hiermee een zo krachtig mogelijke veroordeling mee uit te spreken. Was fascist vroeger een scheldnaam van politiek ultralinks, thans komt het ook uit de mond van politiek rechts: de WD en vooraanstaande conservatieve intellectuelen als Leon de Winter en Afshin Elian. Het woord is na de Tweede Wereldoorlog voortdurend misbruikt.

Weg met de fascisten! Fascisme is moord! Slaat ze neer, de smeerlappen! (Marcel Matthijs, Een spook op zolder, 1938)

Maar oorlog en sneuvelen hadden er nooit bijgehoord. Dat hadden ze aan die smerige faksisten en die vuile Jappen te danken. (Piet Bakker, De slag in de Javazee, 1951)

Dat is heel wat moeilijker en moediger dan op straat tegen de agenten fascisten te gaan roepen of met een rode vlag te gaan lopen. (Hitweek, 25/10/1968)

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946