bal gehakt betekenis & definitie

(oorspr. onder havenarbeiders) werkwillige tijdens een staking; onderkruiper. Sedert eind Eerste Wereldoorlog. Volgens Jan Mens (Er wacht een haven, 1950) gingen Nieuwendammers niet naar huis maar bleven ze nacht en dag op de kaai. Ze sliepen in een loods, in het stro. En ze kregen gratis eten: hutspot en gehakt. Zie ook grijze gehaktbal.

De staker N. had een werkwillige de woorden ‘bal gehakt’ toegevoegd, welke uitdrukking van beleedigende aard werd geacht. Het O.M. eischte f 5 boete of vijf dagen hechtenis. (Het Vaderland, 02/05/1929)

Jongen, nooit werken in een staking, want je mag nooit een bal gehakt zijn tegenover je kameraden. (Haring Arie, Een leven aan de Amsterdamse zelfkant, 1968)

slappeling, futloos persoon, halve zachte, sufferd. Dit scheldwoord werd populair gemaakt in de Fred Hachéshows op de VPRO. Zo maakte Fred Haché de arme Barend Servet geregeld uit voor bal gehakt. Ga liever je vuil rakke en je trap dweile, bal gehakt! (Willem van Iependaal, Polletje Piekhaar, 1935)

Scheert u weg, maffe dienstklopper! Bal gehakt! Bullepees! Vlerk! Geüniformeerde zak patat! Schande! Donder op! (Fred Hachéshow op VPRO, 24/02/1972)

‘Kom uit m’n nest bal gehakt,’ hijgde hij. (J.M.A. Biesheuvel, De wereld moet beter worden, 1984)