Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Gepubliceerd op 13-04-2015

2015-04-13

Schroom

betekenis & definitie

Schroom is een zelfstandig naamwoord en betekent aarzeling. Het kan ook gêne betekenen.

"Rob moet de schroom loslaten en er vol voor gaan." In deze zin betekent schroom aarzeling, want Rob moet niet aarzelen maar gewoon doen. Schroom kan ook gêne betekenen: "Zonder schroom schreeuwde Sophie tegen Andy in de kantine." In dit voorbeeld schreeuwde Sophie dus zonder zich te schamen tegen Andy. Een andere veelgebruikte zin in Nederland is "schroom je niet". In dit geval betekent schroom 'angst', diegene moet dus niet bang zijn. Het volgende voorbeeld illustreert dit: "Schroom niet om tegen hem te spelen, dat kun je makkelijk winnen." Synoniemen van schroom zijn onder andere angst, vrees, gêne, weifeling, verlegenheid, bedeesdheid en bangheid. "Met schroom betaalde hij zijn boete." In dit voorbeeld kan schroom betekenen dat de persoon in kwestie zich schaamt, maar ook dat hij aarzelde of bang was. Voor de betekenis van schroom moet het woord dus wel in een context worden gezien.