Retorica betekenis & definitie

Retorica behelst de vaardigheid van het effectief spreken en schrijven, waarbij het doel is om anderen te overtuigen. Retorica kan zowel betrekking hebben op de theorie, de leer van welbespraaktheid, als de praktijk, het overtuigen van anderen. Met name in de politiek heeft men het vaak over retorica of retoriek.

De term retorica is afkomstig uit het oude Griekenland en staat vrij vertaald voor welsprekendheid. Hiermee wordt inhoudelijk de vaardigheid om zichzelf staande te houden in een discussie bedoeld, wat in de praktijk voornamelijk werd gebruikt in de politiek en de rechtspraak. Griekse filosofen als Socrates, Plato en Aristoteles hielden zich veelvuldig bezig met retorica. Hierbij wees Plato er al op dat men beducht moet zijn op het verschil tussen welsprekendheid en deskundigheid. Iemand die vaardig is in de retorica behoeft geen deskundigheid te hebben over een betreffend onderwerp om overtuigend over te komen. Iemand die behendig is in de retorica is op deze manier wellicht in staat om mensen ergens van te overtuigen, zonder daadwerkelijk iets te weten over het betreffende onderwerp. Een van de meest befaamde personen die vaardig was in de klassieke retorica, was de Romeinse staatsman Cicero. Nog steeds zijn velen van Cicero’s redevoeringen een bron van inspiratie voor hedendaagse politici.

Tegenwoordig wordt retorica met name gebruikt in de politiek en de rechtspraak of advocatuur. Bij beide vakgebieden staat namelijk het overtuigen van de ander op basis van argumenten centraal. De moderne retorica behelst echter vaak wat meer dan alleen goede argumentatie. Zo moet men als retoricus stil staan bij het soort publiek dat men toespreekt en desnoods hierop het taalgebruik aanpassen. Een ander onderdeel van moderne retorica is bijvoorbeeld lichaamstaal. Doordat men zich op een bepaalde manier opstelt, kan men overtuigender overkomen.

Gepubliceerd op 03-03-2016