Osteoporose betekenis & definitie

Osteoporose is een andere benaming voor botontkalking. Osteoporose leidt tot een verandering in de structuur van het botweefsel, waardoor er als het ware steeds meer gaten in het botweefsel ontstaan en hiermee de sterkte van het bot afneemt. Osteoporose betekent letterlijk dan ook, bot met gaten.

Botten zijn opgebouwd uit verschillende stoffen, zoals kalk en merg. Deze stoffen zijn samen gekoppeld tot een soort structuur, dit noemt men de botstructuur of botmassa. De botmassa is niet massief, maar wordt juist gekenmerkt door diverse openingen tussen alle stoffen. Wanneer deze openingen groter worden, wordt de botmassa zwakker en het pot poreuzer. In dat geval spreekt men van osteoporose.

Osteoporose kan verschillende oorzaken hebben. Bij mensen wordt er vanaf een bepaalde leeftijd, gemiddeld 35 jaar, steeds minder bot aangemaakt door het lichaam, terwijl er meer bot wordt afgebroken. Hierdoor wordt het bot gedurende de jaren steeds zwakker. Dit is voor ieder mens een gegeven, er zijn nog echter nog andere factoren die dit proces kunnen versnellen, bijvoorbeeld te weinig lichaamsbeweging, te veel roken en overmatig alcoholgebruik en een structureel tekort aan calcium.

Op zichzelf is osteoporose niet schadelijk of geeft het klachten. Door osteoporose heeft men echter wel een verhoogde kans om een bot te breken. Dit komt met name bij ouderen veel voor, met name de polsen of de heupen worden vaak gebroken door een val. Daarnaast zorgt osteoporose er voor dat botbreuken een stuk minder snel genezen.