Krappe arbeidsmarkt betekenis & definitie

Men spreekt van een krappe arbeidsmarkt als de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod van arbeid. Het is dan voor bedrijven lastig om aan personeel te komen. Een krappe arbeidsmarkt komt meestal voor tijdens periodes van zogenoemde hoogconjunctuur. Het gaat dan relatief goed met de economie.

Als een organisatie op zoek is naar personeel begeeft het zich op de arbeidsmarkt. Het bedrijf gaat op zoek naar iemand die beschikt over de capaciteiten om een bepaalde functie in te vullen. De arbeidsmarkt is dus ook op te delen in vele deelmarkten, die van bijvoorbeeld bouwvakkers, docenten en advocaten. Het verschijnsel krappe arbeidsmarkt verschilt dus ook voor elke deelmarkt. Zo is er momenteel een tekort aan technisch personeel en ICT’ers, maar toch een hoge werkloosheid, door een overschot aan laag opgeleiden. Tegenwoordig worden nieuwe studenten steeds meer gewezen op de kans op een baan bij een bepaalde studie, om zo deze scheve verhouding op te lossen.

Een krappe arbeidsmarkt in het algemeen is meestal het gevolg van hoogconjunctuur. Doordat gezinnen meer besteden gaan bedrijven meer produceren. Hier hebben ze extra personeel voor nodig; de vraag naar personeel stijgt en het aanbod daalt. Er ontstaat een krappe arbeidsmarkt.

Voor vakbonden is krapte op de arbeidsmarkt meestal het teken om te strijden voor hogere lonen, er is veel vraag naar arbeid, dus de prijs stijgt. Door de hogere lonen is het mogelijk dat er nieuwe aanbieders van arbeid komen, bijvoorbeeld door immigratie of ouderen die herintreden. Ook zullen bedrijven zoeken naar alternatieven voor het dure personeel, zoals de aanschaf van een nieuwe machine. Hierdoor daalt de vraag naar arbeid weer.

Wanneer het aanbod van arbeid hoger is dan de vraag, is er sprake van een ruime arbeidsmarkt. Ook hierbij geldt dat dit voor elke sector kan verschillen.